Naar de inhoud

Samenwerking en innovatie  · 

Een belastinginspecteur is geen rekenmachine

Wie als ondernemer met de Belastingdienst te maken krijgt, kan het gevoel krijgen dat er maar twee mogelijkheden bestaan: iets is goed of iets is fout. De werkelijkheid is vaak minder zwart-wit.

Wie als ondernemer met de Belastingdienst te maken krijgt, kan het gevoel krijgen dat er maar twee mogelijkheden bestaan: iets is goed of iets is fout. De werkelijkheid is vaak minder zwart-wit.

Een recente fiscale vakpublicatie stelt daarom een interessante vraag: hoeveel ruimte heeft een belastinginspecteur om niet alleen naar de letter van de regel te kijken, maar ook naar het doel daarvan en naar de werkelijke gevolgen van een beslissing? Die vraag raakt meer dan alleen de btw. Zij gaat over de manier waarop overheid en ondernemer met elkaar omgaan. Drie momenten waarop beoordeling nodig is

Volgens de auteur heeft een inspecteur bij het toezicht op hoofdlijnen op
drie gebieden ruimte:

1. bij het vaststellen van de feiten;
2. bij het toepassen en uitleggen van rechtsregels;
3. bij de praktische benadering van een concrete situatie.

Dat betekent niet dat een inspecteur regels naar eigen inzicht terzijde mag
schuiven. Rechtszekerheid en gelijke behandeling blijven essentieel.

Maar regels kunnen niet iedere denkbare praktijksituatie vooraf beschrijven. Soms is sprake van een administratieve fout zonder belastingnadeel. Soms leidt een strikt formele benadering tot een uitkomst die moeilijk te verenigen is met het doel van de regeling. En soms kan een probleem worden opgelost zonder onnodige procedures en herstelhandelingen. Dan is professionele oordeelsvorming nodig. Niet iedere fout is fraude

Voor ondernemers is vooral het onderscheid tussen een vergissing en bewust misbruik belangrijk. Een verkeerd opgestelde factuur, een onduidelijk toegepaste verdeelsleutel of een te laat verwerkt gegeven kan fiscale gevolgen hebben. Maar dat maakt een ondernemer nog niet automatisch onbetrouwbaar.

Goed toezicht vraagt daarom om vragen als:

  • Wat is er feitelijk gebeurd?
  • Is belasting verloren gegaan?
  • Was sprake van een vergissing of van bewuste misleiding?
  • Kan de situatie binnen de wet praktisch worden hersteld?
  • Is de gekozen correctie evenredig aan wat er is misgegaan?

Een inspecteur die deze vragen stelt, is niet toegeeflijk. Hij of zij voert
de wet zorgvuldig uit.
Ruimte werkt alleen bij volledige openheid

De ondernemer heeft hierin zelf ook een verantwoordelijkheid. Wie van de Belastingdienst een redelijke en praktische beoordeling verwacht, moet de feiten volledig en controleerbaar aanleveren. Problemen verzwijgen, stukken achterhouden of een fiscaal gunstige werkelijkheid construeren, maakt een inhoudelijk gesprek vrijwel onmogelijk. Vooral bij twijfel is het verstandig om:

  • de feiten en tijdlijn helder vast te leggen;
  • het eigen standpunt gemotiveerd op papier te zetten;
  • financiële en fiscale gevolgen inzichtelijk te maken;
  • tijdig om vooroverleg te vragen;
  • gemaakte afspraken schriftelijk te bevestigen.

De Belastingdienst verlangt bij een verzoek om vooroverleg bovendien dat de belastingplichtige niet alleen een vraag stelt, maar ook zelf een onderbouwd standpunt inneemt. Menselijke maat is geen willekeur

De roep om de menselijke maat wordt soms uitgelegd als een verzoek om regels maar wat losser toe te passen. Dat is niet wat hiermee wordt bedoeld. De menselijke maat betekent dat een overheid oog houdt voor feiten, bedoeling, gevolgen en proportionaliteit. Het doel is niet dat iedere ondernemer zijn eigen uitzondering krijgt. Het doel is dat vergelijkbare situaties zorgvuldig en rechtvaardig worden behandeld. Daarvoor zijn deskundige ambtenaren nodig die voldoende professionele ruimte krijgen én bereid zijn daar verantwoordelijkheid voor te nemen. Voorkomen is beter dan procederen

Veel conflicten tussen ondernemers en overheid verharden omdat partijen te laat met elkaar in gesprek gaan. Standpunten zijn dan al ingenomen, aanslagen opgelegd en bezwaren geschreven. Vooroverleg, een volledige toelichting en een goed vastgelegde afspraak kunnen soms veel tijd, kosten en frustratie voorkomen. Dat vraagt iets van beide kanten. Van de ondernemer vraagt het openheid, een betrouwbare administratie en een realistisch standpunt. Van de Belastingdienst vraagt het de bereidheid om niet alleen te controleren wat er formeel fout ging, maar ook te begrijpen wat er materieel is gebeurd. Regels én redelijkheid

Een goed functionerend belastingstelsel kan niet zonder duidelijke regels en consequente handhaving. Maar een goede uitvoering kan evenmin zonder mensen die feiten beoordelen, belangen wegen en het doel van een regeling blijven zien. De wet geeft het kader. De kwaliteit van de uitvoering wordt mede bepaald door de manier waarop dat kader in de praktijk wordt toegepast.

*Een goede belastinginspecteur is daarom geen rekenmachine, maar een onafhankelijke professional die binnen de wet ook oog houdt voor redelijkheid en werkelijkheid.*

Aanleiding voor deze publicatie: een fiscaal-wetenschappelijke bijdrage over de bewegingsruimte van de inspecteur <https://www.ndfr.nl/content/p1-1194787>. Deze publicatie bevat algemene observaties en geen individueel fiscaal advies.

Deel dit stuk LinkedIn (opent in een nieuw tabblad)

Meer publicaties

Zullen we kennismaken?

Wil je sparren over ondernemerschap, financiële gezondheid, maatschappelijke impact of nieuwe samenwerkingsmogelijkheden? Laat het weten.

Kennismaken